Doetinchem April 1945
In de herfst van 1944 begonnen de Duitsers met de productie van eenpersoons betonnen bunkers, bekend als Kochbunkers. Over de herkomst van de naam bestaan verschillende theorieën. Sommigen denken dat deze verwijst naar de Oost-Pruisische nazi Erich Koch, terwijl anderen vermoeden dat de naam is afgeleid van het Duitse woord Kochtopf (kookpan), vanwege de vorm.
Aan het westelijke front werden meer dan 5000 van deze bunkers geplaatst. Ze waren 1,60 meter hoog en hadden wanden van 10 centimeter dik. De onderdelen werden in fabrieken geproduceerd en op locatie in elkaar gezet. In Doetinchem gebeurde dit bij de firma Tiecken aan de Wijnbergseweg. De daar geproduceerde exemplaren kregen aan de binnenzijde een grote “T” als kenmerk.
Er waren verschillende modellen van de Kochbunker. Sommige hadden een gesloten paddenstoelachtige deksel, terwijl andere waren uitgerust met openingen voor communicatie, een periscoop, opslag van munitie, een machinegeweer of een Granaatwerper. Daarnaast konden meerdere bunkers met elkaar worden verbonden.
Rond Doetinchem werden de ruim zeventig kilometer lange loopgraven uitgerust met tientallen Kochbunkers. Deze werden strategisch geplaatst op cruciale locaties om de verdedigingslinie te versterken.
Door koppel Kochbuker
MG Kochbunker
Aanschouw bij een Kochbunker door Adolf Hitler in een pijp en Erich Koch op rechts met de tekening onder zijn koppel.
Aanleg van een Kochbunker met loopgraaf onder hoge toezicht van Erich Koch op rechts.
Hieronder een overzicht van de tot nu toe gevonden Kochbunkers in Doetinchem
Doetinchem Fokko Meijer MG Bunker
Deze ligt aan de oude IJssel op het terrein van Fokko Meijer.
Deze is toegankelijk en men mag hier kijken in 2020 is het door (MHZG) opgeknapt.
Kochbunker Rembrandtlaan
Deze is gevonden op voormalig terrein van de Esbro bij de Oostelijke Randweg tijdens werkzaamheden hier betreft het zich om een communicatie bunker .
Kochbunkers gebruikt als versperring en Boobytraps in de waterstraat in Doetinchem.
De Sleutelfiguren van de Ruiming (April 1945)
Major J.R. “Bob” Millar: Hij voerde het bevel over de 8th Canadian Field Company. Dit was de eenheid die als eerste de puinhopen van Doetinchem binnentrok met bulldozers. Zij rapporteerden de “ringstands” (Kochbunkers) die de weg naar de Oude IJssel-brug blokkeerden
Kochbunker Jaagpad
Dit betreft een Mg Bunker werd aangetroffen zonder deksel. Deze is met goed overleg van Gemeenten Montferland en Doetinchem en behulp van Defensie is het door (MHZG) mogelijk gemaakt en geplaats anders zou het onder de grond verdwijnen. Hier ziet men de T van Tiecken die in Doetinchem gemaakt zijn aan de Wijnbergseweg.
Wanneer u deze link opent komt u in een uitzending van (stap in de VOETSPOREN van de BEVRIJDERS) van TV Gelderland in en omgeving van Doetinchem.
Communicatie Kochbunker alleen een pijp op de Prins Mauritsstraat in de Zandbult de kruisberg
Lieutenant G.K. Hopper: Hij was een van de genie-officieren die verantwoordelijk was voor het ruimen van de boobytraps en munitievoorraden in de bossen (waarschijnlijk inclusief de Kruisberg). In zijn logboek staat vermeld hoe gevaarlijk de onontplofte bommen van het bombardement van 21 maart waren voor zijn mannen.
Kochbunker Keppelseweg
Bij Scouting Hamaland Hier betreft het om een Kochbunker. Zo aan de pijp te zien is het een doorkoppel bunker de deksel is naar Netterden gegaan en daar voor een monument gebruikt. Dit is hoe het werd aangetroffen er is op de Varsseveldseweg een MG deksel gevonden door (MHZG) samen met de gemeenten Doetinchem archeologie is het mogelijk gemaakt om deze te plaatsen.
De “Pillbox” Obstakels
In de dagrapporten van de genie staat een opmerkelijke passage over de regio ten zuidoosten van Doetinchem:
“Enemy defense in this sector consisted of numerous small, circular concrete shelters, flush with the ground. Several had to be cleared with ‘beehive’ charges or grenades as they covered the anti-tank ditch crossings.”
Vertaling: De vijandelijke verdediging bestond uit talrijke kleine, ronde betonnen schuilplaatsen, gelijk met de grond. Verschillende moesten worden opgeruimd met ‘beehive’-ladingen (holle ladingen) of granaten, omdat ze de oversteekplaatsen van de antitankgracht bestreken.De Canadezen gooiden granaten door het schuttersgat om de bunker “uit te roken” voordat de bulldozers de gracht konden dichtgooien.
De Canadezen schreven dat deze bunkers “bijna immuun waren voor handvuurwapens”. De enige manier om ze uit te schakelen was vaak met een vlammenwerper of door er een handgranaat in te werpen via het schuttersgat.
Doetinchem-Riegel” in de ogen van de vijand
Uit ondervragingen van Duitse krijgsgevangenen (van de 7. Fallschirmjäger-Division) bleek dat zij Doetinchem als hun “laatste bolwerk” voor de IJssel zagen. Deze Kochbunkers waren voor hen cruciaal omdat ze, zelfs na het zware bombardement van 21 maart, nog steeds dekking boden aan de achtergebleven scherpschutters.
Captain D.W. Simon: Hij coördineerde de oversteekplaatsen over de Panzergraben.Het was zijn taak om te beslissen welke Kochbunkers moesten worden opgeblazen en welke simpelweg konden worden begraven onder het puin om een weg aan te leggen.
De Strategische Blik op de Kochbunker
In de rapporten van deze officieren werd een belangrijke tactische observatie gemaakt over de bunkers :“The small circular pits (Ringstände) were often manned by young Fallschirmjäger who refused to surrender, using their MG42s until the last moment. Our only recourse was to approach from the ‘blind side’ and use phosphorus grenades to clear them.”
Vertaling:
De kleine cirkelvormige putten (Hier worden de Kochbunkers mee bedoeld) werden vaak bemand door jonge parachutisten die weigerden zich over te geven en hun machinegeweren tot het laatste moment gebruikten. Onze enige optie was om ze van de ‘blinde kant’ te benaderen en fosforgranaten te gebruiken om ze te zuiveren.